Raad voor de Journalistiek

De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijke instelling voor zelfregulering van de media.

Statuten: Raad voor de Journalistiek

Artikel 19. Principe

De Vereniging van de Raad voor de Journalistiek richt in haar schoot een Raad voor de Journalistiek op.

Artikel 20. Samenstelling

De Raad voor de Journalistiek is samengesteld uit zesendertig leden: vierentwintig beroepsgenoten en twaalf toegevoegde leden die geen beroepsgenoten zijn.

a) De vierentwintig beroepsgenoten

De zestien leden van de Raad van Bestuur duiden vierentwintig leden van de Raad voor de Journalistiek aan.

Van deze vierentwintig behoren er twaalf tot de A-groep en twaalf tot de B-groep.

Binnen de A-groep

  • worden twaalf leden voorgedragen door de deelgroep Vlaamse Vereniging van Beroepsjournalisten ongeacht een lidmaatschap van deze vereniging;
  • Binnen de B-groep
  • worden vier leden voorgedragen door de deelgroep Vlaamse Nieuwsmedia;
  • worden drie leden voorgedragen door de deelgroep We Media;
  • worden vijf leden gezamenlijk voorgedragen door de deelgroep van de overige media die lid zijn, zoals radio- en televisie-omroepen, pers- en foto-agentschappen, productiehuizen en digitale media.

Indien een deelgroep nalaat om een lid voor te dragen voor de Raad voor de Journalistiek, kunnen de andere deelgroepen uit dezelfde groep na een maand een lid voordragen.

b) De twaalf toegevoegde leden

De toegevoegde leden worden aangeduid door de Raad van Bestuur van de Vereniging.

Zes toegevoegde leden worden voorgedragen door de Vlaamse Vereniging van Beroepsjournalisten.

De overige zes toegevoegde leden worden voorgedragen door de leden van de B-groep als volgt:

  • twee door de deelgroep Vlaamse Nieuwsmedia;
  • twee door de deelgroep We Media;
  • twee door de deelgroep van de overige media die lid zijn, zoals radio- en televisie-omroepen, pers- en foto-agentschappen, productiehuizen en digitale media.

Indien een deelgroep nalaat om een lid voor te dragen voor de Raad voor de Journalistiek, kunnen de andere deelgroepen uit dezelfde groep na een maand een lid voordragen.

c) Algemene bepalingen

De leden van de Raad voor de Journalistiek worden aangesteld voor een hernieuwbare termijn van vier jaar.

Een lid dat vrijwillig ontslag neemt, deelt dit schriftelijk mee.

Een lid-beroepsgenoot is te allen tijde afzetbaar door de Algemene Vergadering. Een toegevoegd lid is te allen tijde afzetbaar door de Raad van Bestuur.

Ingeval van vrijwillig ontslag of afzetting wordt het betrokken lid vervangen door de Raad van Bestuur op voordracht van de deelgroep die het lid voorgedragen heeft.

De vervanger beëindigt het mandaat van zijn voorganger.

Artikel 21. Voorzitterschap

De Raad voor de Journalistiek kiest uit zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter.

Beide functies worden beurtelings opgenomen door iemand die voorgedragen is door de A-groep en iemand die voorgedragen is door de B-groep.

Artikel 22. Bevoegdheden

De Raad voor de Journalistiek is bevoegd om vragen om informatie en, na bemiddeling, klachten te behandelen in het kader van artikel 3 van deze Statuten.

De Raad voor de Journalistiek oordeelt soeverein of een verzoeker over een voldoende belang beschikt voor het indienen van een klacht.

De Raad voor de Journalistiek kan ook uit eigen beweging ingaan op een bepaalde journalistieke praktijk.

De Raad behandelt geen klachten tussen journalisten van eenzelfde redactie indien er geen publicatie of uitzending heeft plaats gehad waarop de klacht betrekking heeft.

Daarnaast werkt de Raad voor de Journalistiek beroepsethische richtlijnen uit voor journalistieke gedragingen.

De Raad voor de Journalistiek kan zijn bevoegdheden uitoefenen in overleg of in samenwerking met andere organisaties met een gelijkaardig doel.

De Raad voor de Journalistiek legt een ontwerp van Werkingsreglement ter goedkeuring voor aan de Algemene Vergadering van de Vereniging.

Artikel 23. Statuut van de leden

De leden van de Raad voor de Journalistiek vervullen hun mandaat in alle onafhankelijkheid en oordelen in alle sereniteit over de beroepsethische maatstaven van de journalistieke gedragingen.

De inhoud van de discussies dient strikt vertrouwelijk te blijven.