A. VRAAG OVER JOURNALISTIEKE BEROEPSETHIEK
B. KLACHT
- Artikel 12. Bevoegdheidsdomein
- Artikel 13. Taal van de procedure
- Artikel 14. Voorwaarden voor ontvankelijkheid
- Artikel 15. Bijstand en vertegenwoordiging
- Artikel 16. Vergoeding
- Artikel 17. Ontvangstmelding aan de klager
- Artikel 18. Kennisgeving aan de verweerder
- Artikel 19. Bemiddeling
- Artikel 20. Kennisneming door de Raad
- Artikel 21. Beslissing om te handelen
- Artikel 22. Wraking van een lid
- Artikel 23. Uitwisseling
- Artikel 24. Rapporteringscommissie & hoorzitting
- Artikel 25. Beraadslaging
- Artikel 26. Termijnen
- Artikel 27. Beslissing
- Artikel 28. Mededeling & bekendmaking
A. VRAAG OVER JOURNALISTIEKE BEROEPSETHIEK
Artikel 10. Vraag
Om ontvankelijk te zijn moet een vraag om informatie bevatten:
- de naam van de vraagsteller;
- een omschrijving van de vraag.
Artikel 11. Antwoord
Het secretariaat beantwoordt vragen om informatie binnen drie weken en brengt de betrokkene op de hoogte van de algemene privacyverklaring.
B. KLACHT
Artikel 12. Bevoegdheidsdomein
De Raad voor de Journalistiek behandelt klachten over Nederlandstalige media in Vlaanderen of Brussel of over anderstalige media die in Vlaanderen of Brussel gevestigd zijn en zich richten op een gemeenschap die in Vlaanderen of Brussel verblijft, met uitzondering van Franstalige en Duitstalige media die tot het bevoegdheidsdomein van de Conseil de Déontologie Journalistique behoren.
Artikel 13. Taal van de procedure
De procedure verloopt in het Nederlands, behoudens andersluidend akkoord tussen partijen en met akkoord van de Raad voor de Journalistiek.
Artikel 14. Voorwaarden voor ontvankelijkheid
Om ontvankelijk te zijn moet een klacht per mail of eventueel per brief worden ingediend. De klacht wordt ingediend uiterlijk twee maanden vanaf het tijdstip van publicatie of uitzending van de handelwijze.
De klacht bevat:
-
de naam, het adres en het telefoonnummer van de klager;
-
de aanduiding van het medium en/of de personen tegen wie de klacht gericht is;
-
een uiteenzetting van de feiten en de motivering van de klacht;
-
een kopie en/of de referenties van de betrokken berichtgeving of handelwijze; en
-
de datum van de klacht.
Een klacht kan worden ingediend door:
-
personen of organisaties (verenigingen, bedrijven, instellingen, overheden…) die het voorwerp uitmaken van een journalistieke handeling of journalistieke berichtgeving, op basis van een particulier belang;
-
organisaties die zich door hun doelstelling of hun feitelijk handelen bezighouden met een thema dat in de berichtgeving aan bod komt, op basis van een algemeen belang, ook als zij niet het voorwerp uitmaken van de berichtgeving.
Klagers moeten dit belang duidelijk maken in hun klacht.
De Raad voor de Journalistiek oordeelt geval per geval of een klager het vereiste belang heeft.
Artikel 15. Bijstand en vertegenwoordiging
Zowel de klager als de betrokken journalist of de verweerder kan zich laten bijstaan door één persoon naar keuze.
Rechtspersonen kunnen een mandataris aanduiden om zich te laten vertegenwoordigen.
Artikel 16. Vergoeding
Bij de behandeling van klachten kan de Raad voor de Journalistiek een bijdrage in de kosten vragen, bijvoorbeeld voor vertalingen.
Artikel 17. Ontvangstmelding aan de klager
Het secretariaat zorgt binnen acht dagen voor een ontvangstmelding aan de klager. Daarbij deelt het de actuele samenstelling van de Raad, het werkingsreglement en de algemene privacyverklaring mee.
Omvat de klacht niet alle nodige gegevens, dan vraagt het secretariaat aan de klager om ze binnen acht dagen na te sturen. Bij gebrek daaraan beslist de Raad voor de Journalistiek of hij de klacht al dan niet behandelt.
Artikel 18. Kennisgeving aan de verweerder
Het secretariaat brengt de verweerder binnen acht dagen na ontvangst op de hoogte van de klacht. De mail aan de verweerder bevat een volledige kopie van de ingediende klacht, vermeldt de mogelijkheid tot bemiddeling en vraagt betrokken partij om daarop te reageren.
Als de secretaris-generaal meent dat de klacht mogelijk onontvankelijk of mogelijk manifest ongegrond is overeenkomstig de bepalingen in artikel 21, wacht hij met kennisgeving aan de verweerder tot de Raad daarover een beslissing heeft genomen.
Artikel 19. Bemiddeling
De secretaris-generaal brengt bij ontvangst van de klacht de partijen schriftelijk op de hoogte van de mogelijkheid tot bemiddeling. Hij vraagt hen of ze een voorstel tot minnelijke regeling willen doen of kan zelf een voorstel doen. Bemiddeling blijft mogelijk tijdens de hele klachtprocedure.
Als de bemiddeling tot een minnelijke regeling leidt, volgt de ombudsman de uitvoering ervan op. Vervolgens sluit hij de procedure af en meldt dit ook aan de partijen.
Artikel 20. Kennisneming door de Raad
De Raad voor de Journalistiek neemt kennis van elke klacht tijdens zijn eerstvolgende vergadering. De Raad voor de Journalistiek neemt daarbij ook kennis van de bemiddelingspogingen die de secretaris-generaal ondernomen heeft en van de resultaten daarvan.
Artikel 21. Beslissing om te behandelen
Als de bemiddeling niet tot een minnelijke regeling leidt, wordt de zaak aanhangig gemaakt bij de Raad voor de Journalistiek.
Wanneer de secretaris-generaal bij ontvangst van de klacht vaststelt dat de klacht onontvankelijk is, brengt hij de klager daarvan op de hoogte. Wanneer de klager niet akkoord gaat met de onontvankelijkheid, legt de secretaris-generaal de klacht voor aan de Raad voor de Journalistiek met het oog op een beslissing over de ontvankelijkheid.
Wanneer de secretaris-generaal bij ontvangst van de klacht oordeelt dat de klacht mogelijk manifest ongegrond is, geeft hij daarvan kennis aan de voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Op de eerstvolgende vergadering kan de Raad beslissen dat de klacht om die reden niet verder wordt behandeld. De secretaris-generaal brengt de partijen daarvan op de hoogte.
Artikel 22. Wraking van een lid
De Raad voor de Journalistiek kan elk lid wraken dat:
a. persoonlijk of beroepshalve betrokken is bij de zaak of bij een van de partijen;
b. niet onbevangen kan oordelen over de zaak.
Een wrakingsverzoek moet worden gemotiveerd.
Ook de partijen kunnen binnen acht dagen na ontvangst van de in artikel 17 en 18 bedoelde kennisgeving een verzoek tot wraking indienen van elk lid dat zich in een van de hierboven vermelde omstandigheden bevindt. De Raad beslist op zijn eerstvolgende vergadering en buiten de aanwezigheid van het gewraakte lid over het verzoek tot wraking.
Artikel 23. Uitwisseling
De verweerder bezorgt zijn conclusie en bewijsstukken aan het secretariaat binnen dertig dagen na ontvangst of wanneer de ombudsman vaststelt dat een minnelijke regeling niet mogelijk is. De verweerder deelt het secretariaat daarbij mee of hij gehoord wil worden.
Het secretariaat bezorgt de ingediende stukken binnen acht dagen aan de klager. Die kan melden dat hij de schriftelijke procedure als afgerond beschouwt en dat de Raad kan overgaan naar de volgende fase met het oog op een beslissing, of hij kan schriftelijk reageren, maar dan enkel op elementen uit het verweer die nog niet vervat zaten in zijn oorspronkelijke klacht. Hij beschikt daarvoor over twee weken. In zijn antwoord deelt hij het secretariaat mee of hij gehoord wil worden.
Als de klager opnieuw schriftelijk reageert, bezorgt het secretariaat de ingediende stukken binnen acht dagen aan de verweerder, die ook over twee weken beschikt om te antwoorden.
Als stukken niet of te laat worden ingediend, beslist de Raad hoe de zaak wordt afgehandeld, inclusief de mogelijkheid om bij verstek te oordelen als de verweerder na schriftelijke aanmaning nalaat om te reageren.
Artikel 24. Rapporteringscommissie & hoorzitting
Na afronding van de schriftelijke procedure stelt de Raad voor de Journalistiek een rapporteringscommissie samen. De commissie is bij voorkeur samengesteld uit een lid van de A-groep (journalisten), een lid van de B-groep (mediabedrijven), een lid van de C-groep (publiek en samenleving) en de secretaris-generaal.
De rapporteringscommissie hoort de partijen die daarom hebben verzocht of verzoekt hen daar zelf om. De rapporteringscommissie kan ook derden tot de hoorzitting toelaten. Ze kan zich ook laten bijstaan.
De secretaris-generaal maakt een opname van de hoorzitting louter met het oog op het schrijven van een ontwerpbeslissing en informeert de partijen daarover bij de start van de hoorzitting.
Artikel 25. Beraadslaging
Na de hoorzitting maakt de secretaris-generaal in overleg met de leden van de rapporteringscommissie een ontwerpbeslissing. Die wordt voorgelegd aan de Raad voor de Journalistiek met het oog op een beslissing. Alle raadsleden kunnen het volledige dossier raadplegen op het secretariaat.
De Raad voor de Journalistiek bespreekt het dossier en neemt een beslissing zoals bepaald in artikel 7.2 van dit werkingsreglement.
Artikel 26. Termijnen
Uitgezonderd voor het indienen van de klacht worden de bovenvermelde behandelingstermijnen met drie weken verlengd wanneer ze tijdens de maanden juli en augustus beginnen of eindigen, of bij overmacht. Het secretariaat deelt dat aan de betrokkenen mee.
Artikel 27. Beslissing
De beslissing bevat volgende elementen:
- de naam van de klager, tenzij de Raad beslist tot anonimisering zoals bepaald in het laatste lid van artikel 28;
- de naam van de verweerder;
- een omschrijving van het procedureverloop;
- een omschrijving van de feiten (publicatie, uitzending of journalistieke handeling);
- een omschrijving van de klacht;
- een omschrijving van de repliek, of anders het uitblijven daarvan;
- de overwegingen van de Raad voor de Journalistiek;
- het eindoordeel van de Raad voor de Journalistiek samen met de eventuele minderheidsstandpunten;
- de datum.
De voorzitter en de secretaris-generaal ondertekenen een exemplaar van de beslissing met de namen van de leden van de Raad voor de Journalistiek die hebben deelgenomen aan het beraad, dat als zodanig gearchiveerd wordt.
Er is geen beroep mogelijk tegen de beslissing.
Artikel 28. Mededeling & bekendmaking
De Raad voor de Journalistiek geeft van elke beslissing kennis aan:
1. de partijen;
2. de voorzitter van de vzw Vereniging van de Raad voor de Journalistiek.
De partijen krijgen 24 uur om te wijzen op een eventuele manifeste foutieve weergave van een feit dat tijdens de schriftelijke procedure en de hoorzitting aan bod gekomen is. De voorzitter en de secretaris-generaal beoordelen of er sprake is van een manifeste foutieve weergave en of de fout zonder gevolg voor de beoordeling kan gecorrigeerd worden, dan wel of de beslissing opnieuw moet worden voorgelegd aan de voltallige raad.
De Raad voor de Journalistiek publiceert de integrale tekst van zijn uitspraken, onder andere via een eigen website.
De secretaris-generaal bezorgt een samenvatting van de beslissing aan de verweerder met het oog op publicatie op de relevante mediaplatformen van de verweerder, overeenkomstig de regeling van de vzw Vereniging van de Raad voor de Journalistiek.
De beslissingen worden samen met een overzicht van het bemiddelingswerk van de secretaris-generaal opgenomen in het jaarverslag waarvan sprake in artikel 9 van dit werkingsreglement.
De Raad voor de Journalistiek beslist, op verzoek van de klager of op eigen initiatief, of de beslissing en de mededelingen over de beslissing worden geanonimiseerd.