Artikel 1. Doel en werkingsgebied
De Raad voor de Journalistiek behartigt en verdedigt de journalistieke beroepsethiek, formuleert richtlijnen voor de journalistieke praktijk en behandelt klachten die over een journalistieke handelwijze worden ingediend, waarbij hij indien mogelijk bemiddelt of anders een onderbouwde beslissing neemt over de klacht. De Raad voor de Journalistiek oordeelt geval per geval of de journalistieke beroepsethiek aan de orde is.
De Raad voor de Journalistiek treedt op:
1) op verzoek
a. bij een vraag over journalistieke beroepsethiek;
b. bij een klacht.
2) uit eigen beweging wanneer de Raad voor de Journalistiek het nodig acht om een bepaalde journalistieke handelwijze te onderzoeken.