-
Artikel 2. Samenstelling
-
Artikel 3. Voorzitterschap
-
Artikel 4. Secretaris-generaal
-
Artikel 5. Uitvoering van de opdracht
-
Artikel 6. Vergaderingen
-
Artikel 7. Besluitvorming
-
Artikel 8. Archivering
-
Artikel 9. Jaarverslag
Artikel 2. Samenstelling
De Raad voor de Journalistiek omvat zesendertig leden:
a. twaalf vertegenwoordigers van de journalisten, hierna de A-groep genoemd;
b. twaalf vertegenwoordigers van de uitgevers, omroepen en andere mediabedrijven, hierna de B-groep genoemd;
c. twaalf toegevoegde leden, hierna de C-groep genoemd.
Artikel 3. Voorzitterschap
De Raad voor de Journalistiek kiest uit zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter. Dat gebeurt bij het begin van de mandaatperiode van vier jaar.
Artikel 4. Secretaris-generaal
1. De Raad voor de Journalistiek beschikt over een vast secretariaat dat onder leiding staat van een secretaris-generaal. De secretaris-generaal fungeert als permanent aanspreekpunt.
2. De secretaris-generaal is verantwoordelijk voor de inhoudelijk-beroepsethische, organisatorische en financieel-administratieve ondersteuning van de Raad. Bij klachten treedt hij op als bemiddelaar tussen burgers of organisaties en journalisten of media en bereidt hij de dossiers voor de Raad voor. Hij vertegenwoordigt de Raad naar buiten, nationaal en internationaal.
3. De secretaris-generaal woont de zittingen van de Raad voor de Journalistiek bij en heeft er een raadgevende stem.
Artikel 5. Uitvoering van de opdracht
1. De leden van de Raad voor de Journalistiek, de secretaris-generaal en de personeelsleden vervullen hun opdracht in volledige onafhankelijkheid. Ze voeren hun opdracht discreet, onbevooroordeeld en onpartijdig uit.
2. Het feit dat een klacht is ingediend, de inhoud van de klacht, de stukken van partijen en de beraadslaging over de klacht zijn vertrouwelijk. De leden van de Raad voor de Journalistiek mogen zich er niet rechtstreeks of onrechtstreeks, noch mondeling noch schriftelijk over onderhouden met partijen of met derden. Alleen de beslissing over een klacht is publiek.
Artikel 6. Vergaderingen
1. De voorzitter roept de Raad voor de Journalistiek bijeen.
2. De leden krijgen minstens acht dagen voor de vergadering de agenda en de nodige documenten toegestuurd.
3. De voorzitter, of wanneer hij verhinderd is de ondervoorzitter, of wanneer die verhinderd is het oudste lid, zit de vergaderingen voor.
4. Van elke vergadering worden notulen opgemaakt, die ondertekend worden door de voorzitter en de secretaris-generaal en bijgehouden worden op het secretariaat. Ze zijn daar uitsluitend ter inzage van de leden van de Raad voor de Journalistiek.
Artikel 7. Besluitvorming
1. De Raad kan slechts geldig vergaderen indien tenminste achttien leden aanwezig zijn.
2. De Raad voor de Journalistiek streeft ernaar een beslissing te nemen bij consensus. Als er geen consensus wordt bereikt, wordt er gestemd en volstaat een gewone meerderheid, behalve in het geval dat een uitspraak wordt gedaan over een klacht.
In het geval van een uitspraak over een klacht kan de Raad voor de Journalistiek zich bij gebrek aan consensus op de daaropvolgende vergadering uitspreken met een meerderheid van twee derde van de stemmen. Bij gebrek daaraan kan de Raad voor de Journalistiek zich uitspreken met een gewone meerderheid, waarbij die eindbeslissing gepaard kan gaan met minderheidsstandpunten van de leden die die wensen uiteen te zetten. Die stemmingen verlopen geheim.
3. Onthoudingen worden niet meegerekend voor de besluitvorming.
4. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of van zijn vervanger beslissend.
Artikel 8. Archivering
Het secretariaat inventariseert de vragen om algemene informatie en klachten. Het houdt het overzicht ter beschikking van de leden van de Raad voor de Journalistiek die het willen raadplegen.
Artikel 9. Jaarverslag
De secretaris-generaal publiceert, in overleg met de voorzitter, ten laatste op 1 maart van elk jaar een werkingsverslag over het voorbije kalenderjaar.