Raad voor de Journalistiek

De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijke instelling voor zelfregulering van de media.

Mediaminister Gatz volmondig achter zelfregulering van de media

Minister van media Sven Gatz steunt ten volle het principe van zelfregulering van de media en de aanpak van de Raad voor de Journalistiek op dat vlak. De politiek moet niet tussenkomen in beroepsethische kwesties, dat zou in strijd zijn met de persvrijheid, zegt hij. Gatz maakte zijn standpunt duidelijk in antwoord op een vraag van Vlaams parlementslid Marius Meremans.

Marius Meremans stelde zijn vraag naar aanleiding van een recente gerechtelijke uitspraak tegen Dag Allemaal, na een klacht van Tanja Dexters. De Raad voor de Journalistiek sprak zich over hetzelfde artikel uit in 2012 (uitspraak 2012 – 8: http://rvdj.be/uitspraak/dheedene-en-dexters-t-dag-allemaal).

In zijn antwoord zegt minister Gatz: “Ik ben van oordeel dat journalistieke zelfregulering een antwoord kan bieden om toe te kijken op de deontologie van berichtgeving, zonder overheidsinmenging. De media – uitgevers, omroepen, persagentschappen, productiehuizen – en de journalistenverenigingen hebben dertien jaar geleden expliciet gekozen voor zelfregulering en daartoe de Raad voor de Journalistiek opgericht. Het was toen overigens ook de vraag van de politiek dat de media een systeem voor zelfregulering zouden opzetten. Ik sta daar nog steeds achter. Ik ondersteun ten volle het principe van zelfregulering en de aanpak van de Raad voor de Journalistiek. Rekening houdend met de persvrijheid komt het niet aan de politiek toe om regulerend op te treden. De Raad kan effectief een belangrijke bijdrage leveren tot de vrijwaring van journalistieke autonomie. Door zelfregulering kan men immers overheidsinmenging op het delicate gebied van persvrijheid vermijden. Ik wens uw aandacht te vestigen op een arrest van het Hof van Beroep van Brussel van vorig jaar, waarin het belang van zelfregulering voor de media en de rol van de Raad werd onderstreept.”

De minister is ook positief over de manier waarop de Raad voor de Journalistiek nieuwe ontwikkelingen opvolgt en zich eraan aanpast: “Verder stel ik vast dat de Raad voor de Journalistiek in 2010 een journalistieke code heeft goedgekeurd, en dat hij die code geregeld actualiseert of aanvult met nieuwe richtlijnen naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen in de media of nieuwe bekommernissen in de samenleving. (…) Ook de ombudsfunctie en het systeem van klachtenbehandeling houden de Raad voor de Journalistiek continu alert voor vragen en bekommernissen van burgers over journalistieke producten en de manier waarop journalisten te werk gaan.”

De aanpak en de uitspraken van de Raad bieden journalisten duidelijke handvatten voor de dagelijkse praktijk, zegt de minister: “Er zijn via de Raad voor de Journalistiek dus wel degelijk deontologische regels en handvatten voor journalisten. Of de code en de richtlijnen voldoende duidelijk zijn, moet de raad zelf uitmaken, maar de uitspraken die de Raad op basis van de code doet en die allemaal op de website van de raad staan – www.rvdj.be – zijn, naar mijn mening, in elk geval duidelijk. Ik wil er overigens op wijzen dat de code bedoeld is als leidraad voor de praktijk, een algemeen kader met principes en richtlijnen die de Raad dan toepast op concrete zaken. Elke zaak wordt dus individueel bekeken. De Raad oordeelt geval per geval of de journalistieke beroepsethiek aan de orde is en gaat de inachtneming van de beroepsethische minimumregels na. Ik stel dus vast dat de Raad de code geregeld actualiseert en aanvult en ik ben ervan overtuigd dat hij dat zal blijven doen. Dat is overigens ook in het belang van de media zelf, al was het om hun geloofwaardigheid hoog te houden en blijvend te waarborgen, wat, zoals u weet, een werk van elke dag is.”

Als besluit onderstreept de minister nogmaals het belang van respect voor de persvrijheid: “Zoals uit mijn antwoord tot dusver mag blijken, wil ik het systeem van zelfregulering door de media ten volle respecteren en waar mogelijk ondersteunen. Maar ondersteunen betekent geenszins ingrijpen. Dat zou strijdig zijn met het principe van zelfregulering en uiteindelijk ook met de persvrijheid.”

http://www.vlaamsparlement.be/Proteus5/showJournaalLijn.action?id=963423