Titels artikels:
-
Zwarte markt van illegale wapens explodeert in Limburg: “Tijd dat Brussel hier aandacht voor krijgt”
-
“Te weinig middelen voor Limburg, als je ziet waartegen we strijden”.
Samenvatting uitspraak:
De Raad voor de Journalistiek heeft een klacht van LEVL vzw tegen Het Belang van Limburg en HBVL.be deels gegrond verklaard. Het artikel gaat over een bende illegale wapenhandelaars met twee jonge Limburgers van Turkse origine als spilfiguren. Klager LEVL vzw noemt volgende passage stigmatiserend: Dat het jongeren van Turkse origine zijn die zich met de illegale wapenhandel bezighouden, is geen toeval en heeft te maken met hun culturele achtergrond. Binnen de Turkse gemeenschap kicken ze nogal op vuurwapens.
Het Belang van Limburg maakt aannemelijk dat de betwiste passage een uitspraak is van iemand van de politiediensten die anoniem wenste te blijven. Dat blijkt echter niet uit het artikel. De passage is niet weergegeven als een citaat met aanhalingstekens, noch als een parafrasering met verwijzing naar een bron bij de politiediensten. Doordat dat niet gebeurd is, leest de passage als een weergave van feiten en is het onderscheid tussen feiten en beweringen, veronderstellingen of opinies niet duidelijk, wat niet strookt met artikel 4 van de Code.
Gezien het stigmatiserende karakter van de uitspraak, was extra waakzaamheid geboden bij de formulering of – in dit geval – de weergave van de betwiste passage. Artikel 27 van de Code bepaalt dat de journalist erover waakt dat de formulering van zijn berichtgeving niet stigmatiserend is, onder meer wanneer hij groepskenmerken zoals etnische afkomst of nationaliteit vermeldt. Het ontbreken van de aanhalingstekens gaat in tegen die redactionele waakzaamheid.
De klacht is ingediend tegen de online en de printversie van het artikel. Online heeft de redactie de passage meteen verwijderd, toen ze zich ervan bewust werd dat het citaat niet als citaat was weergegeven. De Raad is van oordeel dat het in de context van het artikel gaat om een ernstige fout en dat de redactie deze fout had moeten erkennen en een rechtzetting had moeten publiceren, overeenkomstig de richtlijn bij artikel 6 over rechtzettingen bij online berichtgeving. In de printversie van de krant is er ook geen loyale rechtzetting gebeurd, wat in strijd is met artikel 6.
De klacht is gegrond op bovenvermelde punten.
Artikel 20 van de Code bepaalt dat wederhoor nodig is wanneer de berichtgeving ernstige beschuldigingen uitbrengt die de eer en goede naam betreffen. De betwiste passage gaat over Turkse jongeren en de Turkse gemeenschap in het algemeen, maar die kunnen niet onder één noemer of naam gevat worden. De passage vermeldt ook geen specifiek identificeerbare persoon, vereniging of organisatie op wie het principe van wederhoor van toepassing zou kunnen zijn. De klacht is ongegrond op dit punt.