Fedasil / 'tScheldt

Titel artikel: BREAKING: waarom Fedasil gevaarlijker is dan in curare gedoopte pijlen om de lokale bevolking af te schieten

Samenvatting uitspraak: Volgens ‘tScheldt kan de Raad voor de Journalistiek niet oordelen over een klacht tegen ‘tScheldt. De Raad voor de Journalistiek heeft ‘tScheldt laten weten dat de Raad een onafhankelijk orgaan is voor zelfregulering van de journalistiek en dat de Raad autonoom en onafhankelijk oordeelt over klachten. De Raad verwijst ook naar een arrest van het Hof van Beroep uit 2014, dat bepaalt dat de Raad voor de Journalistiek wel degelijk een uitspraak kan doen. Het Hof wijst in het arrest op de taak van de Raad om een mening te formuleren over alle journalistieke uitingen. 
In het artikel over een informatieavond van Fedasil over de komst van een nieuw asielcentrum in Schilde, publiceert ‘tScheldt verschillende foto’s van Fedasil-medewerkers die daar aanwezig waren. Het ging om een publiek evenement dat voor de pers toegankelijk was, en dan geldt in principe dat de journalist de impliciete toestemming heeft van de aanwezigen om beelden te maken en te publiceren.

De foto’s die ‘tScheldt heeft gemaakt en gepubliceerd, zijn echter geen algemene beelden. Ze zoomen specifiek in op de aanwezige Fedasil-medewerkers. Niet ter illustratie van het verslag, maar met de bedoeling hen te exposen en in diskrediet te brengen. Dat is een aantasting van het privéleven, die niet verantwoord is door het maatschappelijk belang en waarbij de auteur geen rekening houdt met de controversiële aard van het onderwerp. Dat gaat in tegen de richtlijn bij artikel 23 van de Code van de Raad voor de Journalistiek.

De bewoordingen die ‘tScheldt gebruikt voor de Fedasil-medewerkers in het artikel en in de bijschriften bij de foto’s, gaande van “Fedasil-poppemie”, “Fedasil-poezen”, “bakvisding” tot “Fedasil-mokkel”, “wicht” en “Stasi-bitch”, tasten de menselijke waardigheid van de medewerkers van Fedasil verder aan dan noodzakelijk in het maatschappelijk belang van de berichtgeving. Dat is een schending van artikel 24 van de Code.

De bewoordingen van de auteur van ‘tScheldt zijn bovendien misogyne uitdrukkingen en een vorm van haatspraak, in het bijzonder voor de vrouwelijke medewerkers van Fedasil, maar ook ten aanzien van asielzoekers. Dat is een inbreuk op artikel 27 van de Code, dat zegt dat de journalist niet aanzet tot discriminatie. Hij waakt er ook over dat de formulering van zijn berichtgeving niet stigmatiserend is op vlak van afkomst of gender.

De Raad stelt ook vast dat ‘tScheldt alleen anoniem communiceert, zowel de auteur van ‘tScheldt die onder het pseudoniem Zwaardvis schrijft als de redactie die onder het pseudoniem Faustus met de Raad communiceert. De Raad veroordeelt deze praktijk die ingaat tegen het principe dat media aanspreekbaar zijn voor het publiek en de nodige identificatiegegevens beschikbaar stellen, zoals bepaald in de Beginselen van de Code.

De klacht is gegrond wat betreft inbreuken tegen de privacy, menselijke waardigheid, discriminatie en stigmatisering. 

2026-17

Lees de uitspraak [pdf]