Raad voor de Journalistiek

De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijke instelling voor zelfregulering van de media.

Het recht om te kwetsen, shockeren of verontrusten

De Raad voor de Journalistiek veroordeelt de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs. De Raad verwijst naar het recht op vrije meninsguiting met daarbij het recht om te kwetsen, te shockeren en te verontrusten. De Raad keurde onderstaande tekst unaniem goed.

‘Het recht op informatie en vrije meningsuiting is een fundamenteel mensenrecht en een

essentiële voorwaarde voor een democratische samenleving.’ Zo luidt de eerste zin van de code van de Raad voor de Journalistiek, die zich namens journalisten en media bezighoudt met de journalistieke beroepsethiek in Vlaanderen. Dat recht behelst zowel het recht voor de pers om te informeren als het recht van het publiek om feiten en opinies te kennen. Met de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs is dat recht op de meest fundamentele wijze geschonden.


Dat de cartoons en opinies van Charlie Hebdo omstreden waren of zijn doet niet ter zake, integendeel. De botsing van meningen, hoe scherp ook, is een wezenskenmerk van de persvrijheid, de vrijheid van meningsuiting en de democratie. En dat geldt ook - en niet in het minst - voor meningen die ‘kwetsen, shockeren of verontrusten’, zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in verschillende arresten bepaalt. Elders spreekt het Hof van het recht op ‘overdrijving en provocatie’.


Op basis van dezelfde beginselen garandeert de code van de Raad voor de Journalistiek aan journalisten en redacties ‘een maximale vrijheid van informatie, commentaar en kritiek’. Die vrijheid geldt des te meer voor cartoons, columns en opiniebijdragen. Dat cartoonisten, columnisten en journalisten hiervan gebruik maken om levensbeschouwelijke, religieuze, filosofische of politieke overtuigingen van welke strekking ook op de korrel te nemen of ermee te spotten, is hun goed recht. Meningen laten botsen, ze bekritiseren, aanvechten of ermee spotten is iets anders dan laster verspreiden of aanzetten tot haat. Er zijn voldoende beroepsethische en juridische kanalen om laster of het aanzetten tot haat te beteugelen, bijvoorbeeld via de Raad voor de Journalistiek. Maar de meningen zijn vrij, ook als ze kwetsen, shockeren of verontrusten.


Dat is de essentie van de democratie, en de persvrijheid is er een wezenskenmerk van.

Die vrijheid is met de aanslag op Charlie Hebdo brutaal gesmoord en journalisten en cartoonisten – en de politiemensen die hen beschermden – hebben het met hun leven bekocht. De Raad voor de Journalistiek verdedigt die vrijheid in zijn code, richtlijnen en uitspraken, en zal dat blijven doen. Uit respect voor het recht van de journalist om te informeren en het recht van het publiek om te weten.

 

Raad voor de Journalistiek

Wim Criel, Guido Knops, Helen Blow, Luc Blyaert, Greta Bourgeois, Eric Brewaeys, Jo Buggenhout, Ihsane Chioua Lekhli, Goele De Cort, Luc De Potter, Luc De Smet, Frederik De Swaef, Paul Geerts, Patrick Lacroix, Rachida Lamrabet, Luc Michiels, Stefaan Michielsen, Faroek Ozgunes, Steve Paulussen, Tim Pauwels, Ike Picone, Dominique Raskin, Werner Smeuninx, Luc Standaert, Geert Steurbaut, Katrien Stragier, Leen Uyterhoeven, Karen Van Brabant, Wim Van Cappellen, Steven Van de Rijt, Karen Vander Plaetse, Hubert Van Humbeeck, Liliane Versluys, Flip Voets, Louis Weenen, Diane Waumans, Pieter Knapen.