Raad voor de Journalistiek

De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijke instelling voor zelfregulering van de media.

Journalistieke code

De regels van de journalistieke beroepsethiek zijn neergeschreven in de Code van de raad voor de journalistiek, die op 20 september 2010 is goedgekeurd (en op 23 april 2012, 16 december 2013 en 7 december 2015 is aangevuld) door de raad van bestuur van de VZW Vereniging van de Raad voor de Journalistiek, waarin de journalistenverenigingen en de uitgeversfederaties, mediahuizen en persagentschappen vertegenwoordigd zijn.

De code is bedoeld als een leidraad voor de praktijk. Hij bevat in totaal 27 artikelen, en wordt aangevuld met richtlijnen die sommige artikelen concreet toelichten. De code wordt ook door de Raad voor de Journalistiek gebruikt om vragen en klachten te beantwoorden die bij de Raad worden ingediend.

De code is onder meer geïnspireerd op twee oudere teksten, waar voordien veel naar werd verwezen. De eerste is de Verklaring der rechten en plichten van de journalist, die in 1971 door zes Europese journalistenbonden en in 1972 door de internationale journalistenfederatie IFJ is aangenomen. De tweede is de Code van journalistieke beginselen, die in 1982 is onderschreven door de Belgische journalistenvereniging AVBB en de uitgeversbonden van dagbladen BVDU, tegenwoordig Vlaamse Nieuwsmedia, en van magazines NFIW, tegenwoordig ThePpress. Daarnaast bestaan er nog diverse andere codes die op redacties in gebruik zijn.

De Raad voor de Journalistiek past de principes van zijn code toe op concrete gevallen uit de praktijk. Het gaat daarbij om de inachtneming van beroepsethische minimumregels. Journalistieke beroepsethiek valt overigens niet samen met wat de wetgeving en de rechtspraak zeggen over de persvrijheid en de beperkingen ervan. Soms lopen recht en ethiek gelijk, maar soms ook lopen hun stellingnamen uiteen. Daarom komt een ethische tekortkoming nog niet automatisch neer op een fout in de juridische zin van het woord, en het omgekeerde is evenmin het geval. Wanneer de Raad voor de Journalistiek een beroepsethische tekortkoming vaststelt, houdt dit dus geen enkele erkenning in van de juridische aansprakelijkheid van de betrokkene, noch in de burgerrechtelijke zin, noch in de strafrechtelijke zin.