Titel artikel:
Nieuwsblad:
- Zo allergisch dat hele school pinda’s bant
Nieuwsblad.be:
- Antwerpse school weert pinda’s omwille van leerlinge (11) met levensbedreigende allergie: “Pindakaas is zelfs verbannen uit de lerarenkamer”
- School verbiedt pinda’s door leerlinge met zware allergie, expert: “Bij mijn weten ongezien”
Samenvatting uitspraak: Een school die een algemeen pindaverbod invoert door één leerling met een levensbedreigende allergie, is een nieuwswaardig gegeven met maatschappelijk belang. De pers mag daarover het publiek informeren. De journalist heeft eerst de school gecontacteerd die het nieuws bevestigde, en daarna ook de moeder die met een citaat in het artikel werd opgenomen.
Het is eigen aan nieuws dat een nieuwsbericht met zo'n maatschappelijk belang ook op andere platformen opgepikt wordt en zo blijft voortleven. Dat geldt evenzeer voor nieuwsberichten die gedeeld worden door zusterkranten binnen hetzelfde mediabedrijf.
Beperkte identificatie van een minderjarige is geoorloofd in een zaak met duidelijk maatschappelijk belang. De journalist heeft vooraf overlegd met de ouders van het meisje, waarop die na overleg met hun dochter hebben laten weten dat de voornaam vermeld mocht worden. De Raad stelt dan ook geen beroepsethische fouten vast bij de identificatie van het meisje bij de voornaam.
Een nieuwsfeit in een bredere context plaatsen met uitleg van een expert, is onderdeel van nieuwsgaring, zodat de pers het publiek kan informeren over zaken van maatschappelijk belang. Een professor dermatologie die gespecialiseerd is in allergieën, is zo’n expert. De expert hoeft de specifieke case niet te kennen om uitleg te geven over de allergie, de mogelijke gevolgen bij een besmetting en over de zin of onzin van een algemeen pindaverbod. Dat behoort tot de expertise en de eigen mening van de expert. De keuze voor welke expert aan het woord komt, behoort tot de redactionele vrijheid.
Als de journalist afspraken maakt met een gesprekspartner over voorinzage, dan moeten die nageleefd worden, zoals bepaald in artikel 21 van de Code voor de Raad voor de Journalistiek. Klagers maken niet aannemelijk dat daarover duidelijke afspraken gemaakt waren. De Raad stelt dan ook op dat punt geen beroepsethische fouten vast.
De klacht is ongegrond.