Raad voor de Journalistiek

De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijke instelling voor zelfregulering van de media.

Afdeling II - organisatie

Artikel 2. Samenstelling

De Raad voor de Journalistiek omvat achttien leden:

A. zes vertegenwoordigers van de journalisten, hierna de A-groep genoemd;

B. zes vertegenwoordigers van de uitgevers, omroepen en andere mediabedrijven, hierna de B-groep genoemd;

C. zes toegevoegde leden, hierna de C-groep genoemd.

Voor ieder lid wordt in een plaatsvervanger voorzien, voor het geval dat een lid verhinderd is of gewraakt is om deel te nemen aan de vergaderingen en/of de besluitvorming. Indien een plaatsvervangend lid, bij de behandeling van een dossier, heeft deelgenomen aan de Rapporteringscommissie of aan de vergadering van de Raad voor de Journalistiek, dan zal die plaatsvervanger eveneens, met uitsluiting van het vervangen lid, deelnemen aan het beraad en aan de besluitvorming over dit dossier.

Artikel 3. Voorzitterschap

De Raad voor de Journalistiek kiest uit zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter.

Artikel 4. Secretariaat

1. De Raad voor de Journalistiek beschikt over een vast secretariaat dat onder leiding staat van een secretaris-generaal. De secretaris-generaal fungeert als permanent aanspreekpunt.

2. De secretaris-generaal streeft in het bijzonder naar een minnelijke regeling tussen de journalisten, de media en de verzoekers.

3. De secretaris-generaal woont de zittingen van de Raad voor de Journalistiek bij en heeft er een raadgevende stem.

Artikel 5. Persoonlijk statuut

1. De leden van de Raad voor de Journalistiek, de secretaris-generaal en de personeelsleden vervullen hun opdracht in volledige onafhankelijkheid. Ze voeren hun opdracht uit zonder vooroordeel en met inachtneming van discretie en onpartijdigheid.

2. De leden van de Raad voor de Journalistiek mogen zich over verzoeken die bij de Raad voor de Journalistiek zijn ingediend tijdens de behandeling ervan niet rechtstreeks of onrechtstreeks, noch mondeling noch schriftelijk onderhouden met partijen of met derden.

Artikel 6. Vergaderingen

1. De voorzitter roept de Raad voor de Journalistiek bijeen.

2. De leden krijgen minstens acht dagen voor de vergadering de agenda en de nodige documenten toegestuurd.

3. De voorzitter, of wanneer hij verhinderd is de ondervoorzitter, of wanneer deze verhinderd is het oudste lid, zit de vergaderingen voor.

4. Van elke vergadering worden notulen opgemaakt, die ondertekend worden door de voorzitter en de secretaris-generaal en bijgehouden in een daartoe bestemd register op het secretariaat. Ze zijn daar uitsluitend ter inzage van de leden en de plaatsvervangende leden van de Raad voor de Journalistiek.

Artikel 7. Besluitvorming

1. De Raad kan slechts geldig beslissen indien tenminste tien leden aanwezig zijn.

2. Het lid dat verhinderd is, kan worden vervangen door een plaatsvervanger uit dezelfde groep.

3. De Raad voor de Journalistiek streeft ernaar een beslissing te nemen bij consensus. Als er geen consensus wordt bereikt, wordt er gestemd en volstaat een gewone meerderheid, behoudens in het geval dat een uitspraak wordt gedaan in de zin van artikel 28 van dit Werkingsreglement.
In het geval van een uitspraak in de zin van artikel 28 van dit Werkingsreglement, kan de Raad voor de Journalistiek zich bij gebrek aan consensus op de daarop volgende vergadering uitspreken met een meerderheid van twee derden van de stemmen. Bij gebrek hieraan, kan de Raad voor de Journalistiek zich uitspreken met een gewone meerderheid, waarbij deze eindbeslissing gepaard kan gaan met minderheidsstandpunten van de leden die deze wensen uiteen te zetten.

4. Onthoudingen worden niet meegerekend voor debesluitvorming.

5. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of van zijn vervanger beslissend.

Artikel 8. Jaarverslag

De secretaris-generaal publiceert, in overleg met de voorzitter, ten laatste op 1 maart van elk jaar een werkingsverslag over het voorbije kalenderjaar.